Elk jaar in het najaar publiceert het NIBUD nieuwe normen voor hoeveel huishoudens maximaal mogen lenen. Voor 2026 is het beeld genuanceerd: de percentages zelf dalen licht, maar een gemiddelde loonstijging zorgt dat de meeste huishoudens toch iets meer kunnen lenen dan in 2025. We leggen uit hoe dat werkt — met de officiële cijfers, niet met onze eigen schatting.
Bij een rente van 4,25% en een gemiddelde loonstijging van 4,1% kun je in 2026 bijvoorbeeld lenen:
| Bruto jaarinkomen | Max. hypotheek 2025 | Max. 2026 (geen loonstijging) | Max. 2026 (mét 4,1% loonstijging) |
|---|---|---|---|
| €35.000 | €145.258 | €139.922 | €145.659 |
| €50.000 | €207.512 | €199.889 | €208.084 |
| €70.000 | €302.374 | €290.517 | €308.600 |
| €100.000 | €465.843 | €459.067 | €481.416 |
Wil je dit voor jouw eigen inkomen en rente? Gebruik de rekentool — die interpoleert tussen deze officiële ankerpunten.
Dit is het meest verwarrende deel van het NIBUD-advies, dus we leggen het apart uit. Er gebeuren twee dingen tegelijk:
Deze percentages bepalen welk deel van je inkomen je maximaal aan woonlasten mag besteden. Voor 2026 zijn ze bij de meeste inkomens iets lager dan in 2025 — vooral doordat de hogere inflatie van de afgelopen jaren minder ruimte overlaat in het huishoudbudget. Bij gelijkblijvend inkomen kun je dus per definitie iets minder lenen dan in 2025.
Het Centraal Planbureau verwacht voor 2026 een gemiddelde brutoloonstijging van 4,1%. Die stijging zit niet in de percentages zelf, maar zorgt dat je met een hoger inkomen toetst. Het resultaat: bij een inkomensstijging van 4,1% kun je bij elk inkomen méér lenen dan in 2025 — ondanks de lagere percentages.
De standaardtabel hierboven gaat uit van een woning met energielabel E, F of G. Heeft de woning een beter label, dan mag je extra lenen — bovenop het bedrag uit de tabel:
| Energielabel(cluster) | Extra bedrag 2026 | Verschil met 2025 |
|---|---|---|
| E, F of G | €0 | — |
| C of D | €5.000 | — |
| A of B | €10.000 | — |
| A+ of A++ | €20.000 | — |
| A+++ | €25.000 | -€5.000 |
| A++++ | €30.000 | -€10.000 |
| A++++ met garantie | €40.000 | -€10.000 |
Overweeg je verduurzamende maatregelen na de aankoop, dan geldt een ander bedrag — gebaseerd op het huidige (start)label van de woning:
| Startlabel woning | Max. extra hypotheek 2026 |
|---|---|
| E, F of G | €20.000 |
| C of D | €15.000 |
| A of B | €10.000 |
| A+ of A++ | €10.000 |
| A+++ of beter | €0 |
De grens voor de Nationale Hypotheek Garantie stijgt in 2026 naar €470.000 (was €450.000 in 2025). Voor woningen met energiebesparende voorzieningen geldt een hogere grens van €498.200. De NHG-premie blijft 0,4% van het hypotheekbedrag. Nieuw vanaf 2026: één uniforme NHG-grens voor alle woningtypen.
Alleenstaanden met een inkomen vanaf €30.000 (niet-AOW) of €29.000 (AOW) kunnen €17.000 extra lenen, bovenop het bedrag uit de standaardtabel.
Heb je een DUO-studieschuld, dan wordt de werkelijke maandlast ervan vermenigvuldigd met een bruteringsfactor en afgetrokken van je leenruimte. De factor hangt af van de hypotheekrente: bij een rente van 3,75% is dat bijvoorbeeld 1,20. Een studieschuld van €20.000, terug te betalen in 35 jaar tegen 2,57% rente, kost dan ongeveer €86 aan maandlast-ruimte — goed voor ruim €18.000 minder hypotheek.
De rekentool past deze normen toe op jouw inkomen en rente.
Naar de rekentool →